Wie het pensioenstelsel een beetje kent, vertrouwt het

Deelnemers die meer weten over hun pensioen en het Nederlandse pensioenstelsel, hebben een groter vertrouwen in dat stelsel en in hun pensioenfonds dan deelnemers bij wie de kennis ontbreekt. Maar slechts weinig werknemers hebben die kennis, een van de oorzaken voor het gebrek aan vertrouwen.

Dat is een van de opvallendste conclusies uit een onderzoek onder deelnemers van pensioenfondsen.
Voor het onderzoek, in opdracht van de Pensioenfederatie onafhankelijk uitgevoerd door Zegwaart Consultancy, Motivaction en de Erasmus Universiteit, werden ruim 1.600 mensen die via hun werk pensioen opbouwen bevraagd.

Wat gebeurt er met de premie?

Het gebrek aan kennis dat het gebrek aan vertrouwen voedt, spitst zich met name toe op de vraag wat er met de premie van de deelnemer gebeurt. Hierover blijken een aantal wijdverbreide misverstanden te bestaan.

Geld wordt apart gezet

Ten eerste is 79% van de ondervraagden er van overtuigd dat het Nederlandse pensioenstelsel een omslagstelsel is. Dat wil zeggen dat deze werknemers denken dat van hun pensioenpremie de pensioenen van de huidige gepensioneerden worden betaald. Door dit misverstand maken vooral veel jongeren zich zorgen of er straks nog wel pensioen voor hen is. Die zorgen zijn onnodig, want de premie wordt niet uitbetaald aan de huidige gepensioneerden, maar apart gezet en belegd voor de pensioenen van straks.

Inleg dubbel en dwars terug

Een tweede misverstand betreft de beleggingsopbrengsten van pensioenfondsen. Ruim 40% van de ondervraagden denkt dat het beste resultaat wordt behaald door de premie op een spaarrekening te zetten. Maar als pensioenfondsen dat gedaan hadden, waren de pensioenen nu minder dan half zo hoog.

Op de vraag hoeveel je in totaal terugkrijgt voor iedere ingelegde euro als je de gemiddelde levensverwachting bereikt, geeft bijna de helft van de respondenten aan geen enkel idee te hebben. Van de mensen die wel een idee zeggen te hebben, geeft verreweg de grootste groep aan dat ze denken minder terug te krijgen dan de inleg. Slechts één op de honderd denkt uiteindelijk meer dan 4 keer de inleg terug te krijgen – terwijl dát de realiteit van de afgelopen decennia was.

Liever samen

Verreweg de meeste deelnemers zien graag een solidair pensioen. Zo vindt 88% dat beleggingsrisico’s gedeeld moeten worden, om te voorkomen dat er pech- en geluks-generaties ontstaan. Van alle deelnemers vindt 87% een collectieve buffer wenselijk om risico’s te delen. Ook doet 72% liever mee in een collectieve pensioenregeling die een levenslang pensioen uitkeert, dan dat er een individueel potje is dat je overal voor kunt gebruiken maar dat ook leeg kan raken (bijvoorbeeld als je lang leeft).

Keuzevrijheid

Veel deelnemers willen wat te kiezen hebben als het om hun pensioen gaat. Opvallend is dat hoe lager opgeleid de deelnemer is en hoe minder kennis er is over pensioen, hoe groter de behoefte aan keuzevrijheid. De groep die laag is opgeleid en veel keuzevrijheid vraagt, geeft tegelijkertijd aan waarschijnlijk geen gebruik te maken van de keuzemogelijkheden, omdat ze onvoldoende verstand van zaken hebben. Zaken die belangrijk gevonden worden om in te kunnen kiezen zijn de mate van garanties die een regeling biedt (31% van de deelnemers) en de keuze voor een pensioenfonds (19% van de deelnemers).

Hervorming pensioenstelsel

Een nieuw pensioen, waarover nu door de SER, de politiek en de pensioensector wordt nagedacht, zou een aantal breed levende zorgen moeten wegnemen. Daarvoor moet een nieuw pensioenstelsel in ieder geval helder, begrijpelijk en transparant zijn. Zodat duidelijk is dat er ook straks voor iedereen een fatsoenlijk pensioen is.

Bijlage: Rapportage deelnemersonderzoek

Bron: Pensioenfederatie